Los sustantivos españoles más comunes – Comida y bebida

(De meest voorkomende Spaanse zelfstandige naamwoorden – Eten en drinken)

25 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
1 / 25
Als een persoon hij/zij brengt ______ het is een gevaar voor iedereen.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
2 / 25
de plek het is ______ maar het voelt goed.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
3 / 25
Zij komen aan en zij kijken ________ en de deur.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
4 / 25
Op zaterdag _____ naar de markt vroeg.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 25
Met deze ervaring ik werk ______
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
6 / 25
ik ga terug naar huis en ik leg weg elk stuk __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
7 / 25
ik lach een beetje, omdat ik weet dat het is ______ een zak aan de muur.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 25
______ koffie in een kopje en een stuk brood op het bord.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 25
Ik glimlach __________ lezen rustig, zonder haast.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
10 / 25
wij proosten __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
11 / 25
__________ luid en hij/zij gooit een glas op de grond.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
12 / 25
mijn familie zij komt aan en wij praten _______
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
13 / 25
Opeens __________ een dronkaard en hij/zij maakt een scène.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
14 / 25
Ik maak schoon de tafel _________ Ik adem en ik ga door.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
15 / 25
Ik schenk water en __________ weinig.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
16 / 25
Er is een beetje vet __________ met de hete olie.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
17 / 25
Daarna, de sergeant hij/zij zoekt bewijs: hij/zij kijkt naar __________ en de tafel.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
18 / 25
Om te drinken, ik neem _____ of een beetje wijn, afhankelijk van de dag.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
19 / 25
de luitenant hij/zij doet een simpele test: hij/zij vraagt __________ hij/zij vergelijkt hun woorden.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
20 / 25
__________ wij snijden een zoete mango.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
21 / 25
_______ zij zegt dat veel mensen zij gaan om het te proeven.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
22 / 25
Naast ______ een blauwe afbeelding en groen van een strand.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
23 / 25
De volgende dag _______ aan de ervaring.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
24 / 25
__________ er is een aanbieding: ijsthee en een groene salade.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
25 / 25
de generaal hij/zij stelt __________ en de majoor hij/zij maakt aantekeningen.