Los sustantivos españoles más comunes – Hogar y objetos

(De meest voorkomende Spaanse zelfstandige naamwoorden – Huis en voorwerpen)

10 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
1 / 10
ik wil geen kwaad __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
2 / 10
Naast het raam ik heb een stoel __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
3 / 10
Uiteindelijk wij doen een afspraak: ik betaal de prijs en hij doet __________ morgen.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
4 / 10
Er is een klein publiek: twee buren __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 10
Hij komt met een machine en hij doet __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
6 / 10
Daarna, wij gaan zitten __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
7 / 10
Met mijn buurman ik doe een afspraak om te schilderen de muur __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 10
Ze gaat zitten op een stoel, __________ het papier en ze lacht een lach.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 10
Er is geen __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
10 / 10
Ik kijk de vloer __________ een oude tas.