Los sustantivos españoles más comunes – Ideas y sentimientos

(De meest voorkomende Spaanse zelfstandige naamwoorden – Ideeën en gevoelens)

25 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
1 / 25
Mijn geheugen hij/zij bewaart het feit van vandaag en hij/zij geeft mij meer controle __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
2 / 25
De volgende dag ik ga terug __________ met meer interesse.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
3 / 25
In een mondelinge opdracht, _______ angst weer.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
4 / 25
ik open het boek en ik volg een lijn __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 25
Met weinig woorden, het verhaal hij/zij leert mij dat een idee hij/zij kan _______ met tijd.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
6 / 25
een persoon hij/zij praat ________ en dat dat doet me pijn.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
7 / 25
Er is geen haat aan de tafel; alleen zin __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 25
__________ ik herinner me de eer en het respect.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 25
Aan het eind een klasgenoot hij/zij stelt een vraag __________ een kort antwoord.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
10 / 25
ik vraag orde en ik praat __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
11 / 25
op school ________ een nieuwe cursus.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
12 / 25
ik noteer het kernpunt __________ de regel.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
13 / 25
In de les __________ het verschijnt een klein probleem.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
14 / 25
In het midden van de tekst ik zet een probleem __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
15 / 25
_______ ik werk aan een deel van de oefening.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
16 / 25
_________ het probleem het is kleiner.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
17 / 25
de leraar hij zegt mijn naam en hij schrijft _________ op het bord.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
18 / 25
In de les wij doen een oefening __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
19 / 25
de leraar hij/zij zegt dat het lezen __________ een vak voor de geest.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
20 / 25
ik vergelijk een gegeven met een ander gegeven en ik zie __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
21 / 25
hij zegt ________ met een feit: “als jij verandert een getal, het verandert het resultaat”.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
22 / 25
Zo niet, _______ de reden in het boek, want de waarheid hij/zij heeft nodig een feit.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
23 / 25
Rustig, ik zeg mijn idee en ik kijk __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
24 / 25
hij zegt een belangrijk woord en daarna __________ een groot getal.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
25 / 25
Elke kans op school hij/zij begint __________