Los sustantivos españoles más comunes – Lugares y viajes

(De meest voorkomende Spaanse zelfstandige naamwoorden – Plaatsen en reizen)

10 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
1 / 10
Voorin de haven ______ een groot schip.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
2 / 10
_________ the map: the airport is to the west and my hotel is to the east.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
3 / 10
Ik denk: __________ heeft zijn tempo.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
4 / 10
Bij het weggaan Ik koop fruit __________ en ik ga terug naar de camping.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 10
ik ga zitten __________ van de wagon, dicht bij het raam.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
6 / 10
______ hij volgt de rivier en daarna hij steekt over een brug met een geschilderd kruis.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
7 / 10
In het midden van het plein van het dorp er is ________ en kinderen.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 10
The girl marks the paper and says: “Your flight ______ at eight o’clock”.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 10
______ de bruine grond en de bergen ver weg.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
10 / 10
In een hoek Ik zie __________ met tijden.