Los sustantivos españoles más comunes – Lugares y viajes

(De meest voorkomende Spaanse zelfstandige naamwoorden – Plaatsen en reizen)

25 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
1 / 25
Zo ik verdwaal niet en ik kom aan __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
2 / 25
I get on onto the plane, __________ my seat and I close my eyes.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
3 / 25
______ aankomen bij een simpel hotel, dicht bij het centrum, om te wandelen zonder haast.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
4 / 25
__________ van het eiland Ik neem een oude bus.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 25
Ik rijd langzaam __________ vooruit om te zien voetgangers.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
6 / 25
op de kaart het eiland het is ten noorden van __________ maar ik wil zien ook het zuiden van de kust.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
7 / 25
ik klim naar de top van een uitkijkpunt en ik kijk het schip __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 25
bij aankomst ik vraag: “Waar het is het oosten en waar het is __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 25
Aan de voorkant van de kerk er is een grote deur __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
10 / 25
Before leaving, I eat something __________ near the door.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
11 / 25
Vooraan er is ________ en ik zie de lege straat.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
12 / 25
een taxichauffeur mij __________ rustig.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
13 / 25
Op mijn eerste reis Ik zoek een nieuwe plek __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
14 / 25
de bus hij volgt de rivier _________ hij steekt over een brug met een geschilderd kruis.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
15 / 25
het station het is vol, maar alles Het is __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
16 / 25
When they call my flight, I make __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
17 / 25
Bij elke halte ik hoor _______ van het dorp via de luidspreker en ik kijk de klok.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
18 / 25
A person is _______ and shouts “cabrón” at another passenger.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
19 / 25
een paar vrienden _______ naast mij en ze praten over de reis.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
20 / 25
Een vriend hij zegt dat de zanger hij is __________ van een bekende, maar voor mij het is alleen een nieuwe stem.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
21 / 25
In de bar van het hotel Ik bestel water en ik luister naar ______ zacht.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
22 / 25
I look at the map: the airport is to the west and my hotel is __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
23 / 25
Ik kies een klein land __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
24 / 25
__________ speaks calmly and the situation gets better.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
25 / 25
Ik denk aan mijn land en aan andere landen van de wereld, en ik begrijp dat reizen ______ leren.