Los sustantivos españoles más comunes – Lugares y viajes

(De meest voorkomende Spaanse zelfstandige naamwoorden – Plaatsen en reizen)

10 kaarten over
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
1 / 10
At the airport I meet a blind man and his blind sister.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
2 / 10
Un amigo dice que el cantante es el doble de un famoso, pero para mí es solo una voz nueva.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
3 / 10
The girl marks the paper and says: “Your flight leaves at eight o’clock”.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
4 / 10
Before leaving, _____ something in a restaurant near the door.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Spaans. in
5 / 10
_________ la playa es tranquila, y en el norte hay más ruido.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
6 / 10
Aan de voorkant van de kerk er is een grote deur en een klein plein.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
7 / 10
El camarero habla rápido, pero yo uso un lenguaje simple y digo “por favor” y “gracias”.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
8 / 10
En el frente hay una ventana y veo la calle vacía.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Spaans. in
9 / 10
En el frente del puerto veo __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
10 / 10
Ik ga omhoog door een smalle straat en ik zie ______ aan elke kant.