Los sustantivos españoles más comunes – Personas y relaciones

(De meest voorkomende Spaanse zelfstandige naamwoorden – Mensen en relaties)

10 kaarten over
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
1 / 10
Un compañero y una compañera se sientan juntos y comparten un lápiz.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
2 / 10
Una persona del público mira el reloj y espera.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
3 / 10
Un detective llega porque hay una mochila perdida.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
4 / 10
La familia se siente más tranquila.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
5 / 10
Un agente y un oficial caminan por la zona y hacen preguntas.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
6 / 10
Un socio y una socia revisan el archivo y llaman a un agente para pedir ayuda.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
7 / 10
Una pareja llega temprano: la esposa trae ensalada y el esposo trae pan.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
8 / 10
Una persona le ofrece agua y un amigo le guarda el lugar en la fila.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
9 / 10
Cuando termina la reunión, todos se despiden y dicen “gracias” sin discutir.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
10 / 10
Al final, el oficial acompaña a la gente hacia la salida.
Globe-mascotte met een krant

Love For Languages Nieuwsbrief

Mis nooit meer een nieuw verhaal of blogbericht!

Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief en mis nooit meer de publicatie van een nieuw verhaal of blogbericht. Eén keer per maand sturen we je een nieuwsbrief vol taalleertips en een overzicht van alle verhalen en boekhoofdstukken die zijn gepubliceerd.

Bekijk eerdere nieuwsbrieven