Un buen día en el gimnasio

(Een goede dag in de sportschool)

25 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
1 / 25
De zaal hij/zij is vol van energie __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
2 / 25
_____ hij voelt zich opgelucht.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
3 / 25
Als hij naar buiten gaat, voelt hij zich licht _____ ontspannen.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
4 / 25
Wanneer komt aan, parkeert zijn fiets __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 25
Om hem heen, __________ ook zij trainen.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
6 / 25
Tom _____ met de fiets daarheen.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
7 / 25
______ hij blijft schijnen en de lucht is blauw.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 25
Tom ________ het probleem met zijn pasje.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 25
Het water het voelt verfrissend __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
10 / 25
_____ voelt zich in de war.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
11 / 25
Na de sauna, _____ neemt hij een koele douche.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
12 / 25
hij vindt het fijn __________ sterk en gezond.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
13 / 25
hij ademt rustig en hij voelt _____ zijn lichaam het wordt rustig.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
14 / 25
Daarna kijkt ze op en zegt: “Ah, _____ zie ik het probleem! Alleen hebben wij nodig bij te werken uw account in het systeem”.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
15 / 25
_____ hij voelt zich deel van een team, ook al iedereen zij trainen alleen.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
16 / 25
Zij _____ “Goedemorgen! Kan ik u helpen?”
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
17 / 25
Hij/zij wil trainen de benen, dus Hij/zij doet squats, __________ beencurls en het beenpers-apparaat.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
18 / 25
María _______ haar computer en schrijft even.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
19 / 25
Na het rennen, Hij/zij gaat __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
20 / 25
__________ opnieuw, maar het licht wordt rood.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
21 / 25
Zijn hart Hij/zij klopt _______ En hij/zij begint te zweten.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
22 / 25
Tom hij voelt zich een beetje __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
23 / 25
Tom stapt hij op zijn fiets en gaat hij terug __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
24 / 25
hij bedankt _____ voor haar hulp.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
25 / 25
Hij kleedt zich aan en hij bergt weer op __________ in de tas van de sportschool.