Un saludo rápido

(Een snelle begroeting)

25 kaarten over
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
1 / 25
“Mijn bus (hij) komt al”, Noah (hij) zegt.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
2 / 25
Lena sonríe.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
3 / 25
Noah sonríe y está de acuerdo.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
4 / 25
“Hola, Lena. ¿Cómo estás?”
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
5 / 25
Los dos miran sus relojes.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
6 / 25
“Wij moeten elkaar te zien ______ Lena (zij) zegt.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
7 / 25
_________ Noah (hij) zegt.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
8 / 25
“Geweldig, wij zien elkaar dan”, Lena (zij) zegt.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 25
Noah (hij) glimlacht __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Spaans. in
10 / 25
__________ dice Noah.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
11 / 25
“¿Y tú? ¿Cómo estás?”
Luister en vul de ontbrekende woorden in Spaans. in
12 / 25
_______
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
13 / 25
“Ik ben goed, alleen een beetje druk”, zegt ze en ze glimlacht.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Spaans. in
14 / 25
“¿Qué tal el próximo miércoles a las 12:30 __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
15 / 25
__________ Noah (hij) zegt.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Spaans. in
16 / 25
Es Noah, un viejo amigo __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Spaans. in
17 / 25
Lleva un café pequeño en la mano derecha ________ a su oficina.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
18 / 25
Dan zij hoort een stem.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
19 / 25
__________
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
20 / 25
Es Noah, un viejo amigo del colegio.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
21 / 25
De twee (zij) kijken op __________
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
22 / 25
“Mi autobús ya viene”, dice Noah.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
23 / 25
Noah (hij) glimlacht en hij is het ermee eens.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Spaans. in
24 / 25
“¡Hola, Noah! __________ dice ella.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
25 / 25
“Het is heel fijn jou te zien weer.”