Un saludo rápido

(Een snelle begroeting)

10 kaarten over
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
1 / 10
“¿Y tú? ¿Cómo estás?”
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
2 / 10
“Op een dag kunnen wij lunchen samen”, zegt hij.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
3 / 10
“Y yo tengo que ir a una reunión”, dice Lena.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Spaans. in
4 / 10
_______ podemos almorzar juntos”, dice él.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
5 / 10
“¡Hola, Noah! ¡Cuánto tiempo sin verte!”, dice ella.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Spaans. in
6 / 10
__________ dice.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
7 / 10
De twee (zij) kijken op __________
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
8 / 10
Lena zij gaat naar buiten uit een koffiebar na de lunch.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 10
__________
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Spaans.
10 / 10
“En ik moet gaan naar een vergadering”, Lena (zij) zegt.