Meurtre à Montpellier

(Moord in Montpellier)

25 kaarten over
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
1 / 25
L’agent lui donne le numéro du journal d’appels.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Frans. in
2 / 25
À vingt heures, une voiture identique à celle d’Élise tourne __________
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
3 / 25
Le ciel est pâle et l’air est frais.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Frans. in
4 / 25
__________ la tête d’un homme dans les ennuis, pas d’un tueur,” dit‑il.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 25
Élise zij sluit haar ogen en zij slikt __________
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
6 / 25
On lui a promis plus d’argent ensuite.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Frans. in
7 / 25
“Où __________ ce soir, avant de rentrer?”
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Frans.
8 / 25
Hij vraagt de lijst met lessen en de tijden.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 25
______ hij kijkt een klein tafeltje bij de bank:
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
10 / 25
__________ kletsen.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
11 / 25
Élise le regarde et ses lèvres s’entrouvrent.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Frans.
12 / 25
Dan haar mond zij wordt hard.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Frans. in
13 / 25
__________ à l’agent à la porte.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
14 / 25
Niets ernstigs, _____ een verleden niet vlekkeloos.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
15 / 25
Le patron secoue la tête et grimace.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
16 / 25
Elle regarde ses mains.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Frans. in
17 / 25
Il y a des appels d’un numéro inconnu qui s’arrêtent __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
18 / 25
Het spoor _____ duidelijk.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
19 / 25
“Ik wil __________
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Frans.
20 / 25
Élise aarzelt, dan accepteert.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Frans.
21 / 25
Haar stem is stevig, maar haar vingers trillen.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Frans.
22 / 25
Ik heet Élise Martin,” zegt ze.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Frans.
23 / 25
Buiten, Montpellier blijft bewegen.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
24 / 25
Des gens sirotent un espresso au bar.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Frans. in
25 / 25
“Votre téléphone _____ appelé l’agent d’assurance,” commence‑t‑il.