All’ufficio postale

(Bij het postkantoor)

10 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
1 / 10
Hij heeft ______ alles in het Italiaans.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
2 / 10
_________ de ansichtkaart erin.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
3 / 10
Hij wil die sturen __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
4 / 10
Er is __________ dicht bij de deur.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 10
aan het loket hij spreekt beleefd maar __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
6 / 10
______ blij van zijn bericht.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
7 / 10
__________ een postzegel voor deze ansichtkaart.”
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 10
________ vijfenzeventig cent.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 10
De medewerker __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
10 / 10
______ hij koopt de postzegel.