Comprare il necessario

(Noodzakelijke boodschappen doen)

25 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
1 / 25
Achterin Veronica zij ziet een koelkast __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
2 / 25
_____ zij komt terug Zij ziet een grote koelkast vol met kaas.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
3 / 25
________ een mandje en zij loopt langzaam tussen de rekken.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
4 / 25
“Zal ik met u meegaan?”, __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 25
zij verblijft in een klein appartement __________ en bij de kantoorgebouwen.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
6 / 25
Het is haar eerste keer __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
7 / 25
zij besluit om te gaan naar de supermarkt __________ om iets te eten te kopen.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 25
Dicht bij het brood Zij ziet _______
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 25
Veronica __________ met haar pinpas.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
10 / 25
Het is _______ een bezoek heel eenvoudig in een kleine supermarkt, maar zij heeft gevonden alles wat zij nodig heeft en zij heeft gesproken alleen in het Italiaans.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
11 / 25
Het is haar eerste avond in de stad, __________ en zij heeft honger.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
12 / 25
De kassière Zij geeft door __________ en zij zegt het totaalbedrag.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
13 / 25
Zij hoopt _____ de rest van de reis het is zo eenvoudig als deze avond.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
14 / 25
__________ zegt Veronica.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
15 / 25
zij blijft __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
16 / 25
_______ rekken met pasta, potjes saus, flessen water en sap.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
17 / 25
Er zijn __________ wit brood, volkoren brood, kleine broodjes.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
18 / 25
“Daar, bij de melk,” _________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
19 / 25
Dan Zij controleert haar mandje: een fles water, een brood, __________ een blikje tonijn en een stuk burrata.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
20 / 25
________ zij heeft geen zin om naar het restaurant te gaan.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
21 / 25
Veronica zij is net aangekomen _______ voor een korte zakenreis.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
22 / 25
Zij zijn vers en rood, dus Zij neemt __________ in een klein zakje van papier.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
23 / 25
_____ de kassière zij wenst haar een fijne avond.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
24 / 25
________ zij haalt diep adem en zij vraagt: “Sorry, waar is het brood?”
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
25 / 25
__________ hij wijst een hoek.