Comprare il necessario

(Noodzakelijke boodschappen doen)

10 kaarten over
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
1 / 10
Trova anche una scatoletta di tonno e la mette nel cestino.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
2 / 10
Vicino al pane vede delle mele.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
3 / 10
Veronica trova il pane.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
4 / 10
Sulla strada di casa si sente contenta e un po' orgogliosa.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
5 / 10
Va alla cassa.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
6 / 10
Davanti a lei c’è una donna con un grande carrello, ma la fila va veloce.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
7 / 10
Decide di comprare una burrata fresca.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
8 / 10
“Vengo con lei?”, chiede.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
9 / 10
Quando è il suo turno, la cassiera dice:
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
10 / 10
Sta in un piccolo appartamento vicino alla stazione e alla zona degli uffici.