Comprare il necessario

(Noodzakelijke boodschappen doen)

25 kaarten over
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
1 / 25
Voor haar het is een goed begin van haar reis in Italië.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
2 / 25
Voor haar staat er een vrouw met een grote kar, maar de rij Zij gaat snel.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
3 / 25
Het is haar eerste keer in Italië.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
4 / 25
Veronica zij is net aangekomen in Rome voor een korte zakenreis.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
5 / 25
Dan Zij controleert haar mandje: een fles water, een brood, vier appels, een blikje tonijn en een stuk burrata.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
6 / 25
De kassière Zij geeft door de producten en zij zegt het totaalbedrag.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
7 / 25
Ook de kassière zij wenst haar een fijne avond.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
8 / 25
Er zijn veel soorten: wit brood, volkoren brood, kleine broodjes.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
9 / 25
“Goedenavond. Zij heeft alles gevonden?”
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
10 / 25
Zij vindt ook een blikje tonijn en zij legt het in het mandje.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
11 / 25
Daarna zoekt zij het brood, maar zij vindt het niet.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
12 / 25
Zij zijn vers en rood, dus Zij neemt vier appels in een klein zakje van papier.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
13 / 25
zij blijft vier dagen.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
14 / 25
Dicht bij het brood Zij ziet appels.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
15 / 25
Veronica Zij betaalt met haar pinpas.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
16 / 25
“Zal ik met u meegaan?”, vraagt hij.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
17 / 25
Zij kiest een simpel brood en zij legt het in het mandje.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
18 / 25
De medewerker hij wijst een hoek.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
19 / 25
“Nee, dat is niet nodig,” zegt Veronica.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
20 / 25
Als zij komt terug Zij ziet een grote koelkast vol met kaas.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
21 / 25
Veronica zij haalt diep adem en zij vraagt: “Sorry, waar is het brood?”
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
22 / 25
Er zijn rekken met pasta, potjes saus, flessen water en sap.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
23 / 25
Zij pakt een mandje en zij loopt langzaam tussen de rekken.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
24 / 25
Veronica zij doet het brood, de appels en het water in de tas en zij zegt: “Dank u, prettige avond”.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
25 / 25
Veronica Zij vindt het brood.