I sostantivi italiani più comuni – Cibo e cucina

(De meest voorkomende Italiaanse zelfstandige naamwoorden – Eten & koken)

10 kaarten over
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
1 / 10
Prendo frutta di stagione e un po’ di verdura, così posso mangiare leggero.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
2 / 10
Quando festeggiamo, invece, porto una torta o un dolce fatto in casa.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
3 / 10
Un giorno cucino pasta, un altro giorno preparo riso, e in entrambi i casi mi basta poco per stare bene.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
4 / 10
Assaggio e poi aggiungo sale con attenzione, perché è facile esagerare.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
5 / 10
Bevo un bicchiere di latte e mangio uno yogurt quando ho poco tempo.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
6 / 10
A volte aggiungo miele, e il gusto diventa più dolce senza essere troppo dolce.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
7 / 10
Per il pranzo preparo spesso un’insalata con un pomodoro maturo e un filo d’olio.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
8 / 10
Alla fine porto in tavola e osservo le facce: se sorridono, so che ho fatto bene.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
9 / 10
A colazione mi piace qualcosa di semplice e leggero.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
10 / 10
Nei giorni più impegnativi preparo piatti pronti in anticipo, così non decido tutto all’ultimo.
Globe-mascotte met een krant

Love For Languages Nieuwsbrief

Mis nooit meer een nieuw verhaal of blogbericht!

Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief en mis nooit meer de publicatie van een nieuw verhaal of blogbericht. Eén keer per maand sturen we je een nieuwsbrief vol taalleertips en een overzicht van alle verhalen en boekhoofdstukken die zijn gepubliceerd.

Bekijk eerdere nieuwsbrieven