I sostantivi italiani più comuni – Persone e relazioni

(De meest voorkomende Italiaanse zelfstandige naamwoorden – Mensen & relaties)

10 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
1 / 10
La barista prepara un cappuccino e parla con la signora __________ un dolce.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
2 / 10
de jongen hij luistert, het meisje zij lacht, en aan het einde zij groeten iedereen rustig.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
3 / 10
In studio l’ingegnere progetta un ponte e l’architetto progetta gli spazi intorno.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
4 / 10
een artiest hij maakt klaar het decor en een andere artieste zij maakt klaar de details, en zij maken klaar alles met zorg.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 10
__________ hij praat met de politieagent en hij praat met enkele burgers.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
6 / 10
In de fabriek de arbeider hij controleert de lijn en hij werkt rustig.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
7 / 10
Lo zio e la zia arrivano, salutano il cugino e la cugina, e poi parlano con l’amico e l’amica dei ragazzi.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
8 / 10
Parla __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 10
de arts Hij onderzoekt een persoon met koorts __________ een paar vragen.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
10 / 10
Alla fine l’avvocato ringrazia il giudice e parla di nuovo con il cliente fuori dall’aula.