I sostantivi italiani più comuni – Tempo e calendario

(De meest voorkomende Italiaanse zelfstandige naamwoorden – Tijd & kalender )

25 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
1 / 25
Voor ik ga slapen ik controleer de tijd maar één keer, dan __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
2 / 25
_________ ik heb een belangrijke ontmoeting en ik moet me voorbereiden goed.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
3 / 25
Elk seizoen het leert me een andere manier om te gebruiken de tijd, __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
4 / 25
Dan ik kijk de tijd __________ echt en ik beslis wat ik kan doen.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 25
______ ik voeg toe tien minuten voor de vragen.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
6 / 25
Uiteindelijk __________ dat de tijd hij is kostbaar, in elk seizoen.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
7 / 25
ik gebruik een eenvoudige maat: __________ per week.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 25
_________ ik ontspan, ik maak het avondeten en ik stop even.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 25
In oktober ik trek aan een jas __________ al aan de winter.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
10 / 25
Ik maak mee een keer af en toe, vooral wanneer ______ erg druk.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
11 / 25
Als iemand hij komt te laat, __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
12 / 25
Ik kies een aantal realistische doelen en ik schrijf ze __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
13 / 25
In deze eeuw de tijd loopt, maar ik wil gaan _________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
14 / 25
ik controleer de datum twee keer, _____ ik wil niet een fout maken.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
15 / 25
_____ volstaat een minuut om te beginnen en één seconde om te zeggen: “Ja, ik doe het”.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
16 / 25
Als iemand hij/zij komt te laat, ik word niet boos: het gebeurt, __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
17 / 25
In deze eeuw veel mensen zij kijken de tijd op de telefoon, _____ het is makkelijk.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
18 / 25
Elke maand het heeft __________ en ik probeer het te volgen.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
19 / 25
Elk seizoen het heeft een ander ritme __________ het heeft een karakter.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
20 / 25
In de winter __________ de warmte en in de zomer ik zoek de schaduw.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
21 / 25
__________ ik doe dingen lichtere en ik plan de volgende dag.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
22 / 25
Soms het is genoeg voor mij een moment om te begrijpen dat ik moet __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
23 / 25
In de winter ik heb liever _______ in de stad en drinken iets warms.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
24 / 25
Ook een minuut pauze het helpt, _______ het telt meer dan een seconde haast.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
25 / 25
ik zet __________ twee dingen per dag, niet meer.