I sostantivi italiani più comuni – Tempo e calendario

(De meest voorkomende Italiaanse zelfstandige naamwoorden – Tijd & kalender )

10 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
1 / 10
Una volta ho _____ il bus e ho imparato la lezione.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
2 / 10
In aprile l’aria cambia __________ già la primavera.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
3 / 10
Per questo divido l’anno in un periodo alla volta: una settimana, poi _________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
4 / 10
E quando la festa ________ mi resta una bella energia.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
5 / 10
La notte voglio riposare, perché ________ ha bisogno di energia.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
6 / 10
Se qualcuno arriva in ritardo, non mi arrabbio: capita, __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
7 / 10
Decido una misura chiara per il tempo: __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
8 / 10
Scelgo un numero di obiettivi realistici e li scrivo __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
9 / 10
Metto una misura per il tempo della festa: due ore, _____ si vede.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
10 / 10
Poi guardo il tempo che ho davvero e decido cosa posso _____
Globe-mascotte met een krant

Love For Languages Nieuwsbrief

Mis nooit meer een nieuw verhaal of blogbericht!

Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief en mis nooit meer de publicatie van een nieuw verhaal of blogbericht. Eén keer per maand sturen we je een nieuwsbrief vol taalleertips en een overzicht van alle verhalen en boekhoofdstukken die zijn gepubliceerd.

Bekijk eerdere nieuwsbrieven