1. Anna vuole un regalo di compleanno per la sua amica. Entra in una libreria accogliente. È calda e silenziosa e profuma di libri nuovi. Ci sono scaffali di storie. Sorride e si guarda intorno.
Anna
Zij wil
een verjaardagscadeau
voor haar vriendin.
Zij komt binnen
in een gezellige boekwinkel.
Het is
warm
en
stil
en het ruikt
naar nieuwe boeken.
Er zijn
planken
met verhalen.
Zij glimlacht
en zij kijkt rond.
Anna wil een verjaardagscadeau voor haar vriendin. Ze loopt een gezellige boekwinkel binnen. Het is warm en stil en het ruikt naar nieuwe boeken. Er zijn planken met verhalen. Ze glimlacht en kijkt rond.