In farmacia

(Bij de apotheek)

20 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
1 / 20
Luca hij komt binnen __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
2 / 20
zij pakt ________ vol pleisters en zij kiest de juiste.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
3 / 20
hij laat zien __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
4 / 20
“Kan ik __________ zij vraagt.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 20
__________ zij glimlacht.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
6 / 20
zij kiest __________ voor de wond.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
7 / 20
__________ een beetje.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 20
hij haalt __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 20
De apotheker _________ naar de vinger en zij knikt.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
10 / 20
_____ een kleine snee.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
11 / 20
“Heb je pleisters, __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
12 / 20
“Het doet me pijn de vinger”, _________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
13 / 20
Daarna __________ voorzichtig de pleister.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
14 / 20
_____ hij kijkt naar zijn vinger.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
15 / 20
_____ hij is heel dankbaar voor de hulp van de apotheker.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
16 / 20
_____ hij knikt en hij praat vriendelijk.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
17 / 20
Luca hij is dankbaar en hij wil betalen __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
18 / 20
hij loopt _____ een rustige apotheek.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
19 / 20
______ zij ontsmet de wond.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
20 / 20
De apotheker zij zegt _____ het niet nodig is en zij geeft hem een snoepje.