In farmacia

(Bij de apotheek)

10 kaarten over
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
1 / 10
De apotheker zij zegt dat het niet nodig is en zij geeft hem een snoepje.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
2 / 10
_____ annuisce e parla con gentilezza.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
3 / 10
Er is een kleine snee.
Vertaal de gemarkeerde woorden naar Italiaans.
4 / 10
Luca hij komt binnen in de apotheek.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
5 / 10
Luca è molto grato per l'aiuto della farmacista.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
6 / 10
“Posso aiutarti?”, chiede.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
7 / 10
Brucia un po’.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 10
__________ een beetje.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 10
“Kan ik __________ zij vraagt.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Italiaans. in
10 / 10
Sceglie la misura giusta __________