Un incontro a Roma

(Een ontmoeting in Rome)

25 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
1 / 25
Thuis, __________ zij vertellen de middag aan hun katten.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
2 / 25
_____ wenst u? hij vraagt.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
3 / 25
Ik woon __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
4 / 25
Giulia zij denkt __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 25
Het is _________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
6 / 25
__________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
7 / 25
__________ kattenverhalen.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 25
“Welke regio’s?” __________ Marco.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 25
Zij geven elkaar twee kussen __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
10 / 25
Hij zet neer ______ op de grond.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
11 / 25
Giulia ______ opgelucht.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
12 / 25
hij zegt ______
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
13 / 25
Nu zij wacht __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
14 / 25
_____ hij knikt begripvol.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
15 / 25
__________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
16 / 25
“Op nieuwe mensen,” __________ Giulia en zij glimlacht.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
17 / 25
_____ hij wacht op de bus.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
18 / 25
Ik ben al terechtgekomen tegen __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
19 / 25
__________ e-mails vreemde!”
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
20 / 25
Zijn gezicht het toont ________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
21 / 25
_________ achtentwintig jaar.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
22 / 25
Jij kunt _______ de volgende keer.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
23 / 25
Wat __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
24 / 25
Toen ik heb geniest in een glas en nu __________ aan de wijn.”
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
25 / 25
Zij moeten __________