Un incontro a Roma

(Een ontmoeting in Rome)

25 kaarten over
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
1 / 25
“Ci vediamo a Ponte Sant’Angelo?” chiede Giulia.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
2 / 25
Il panino sembra buono.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
3 / 25
Molto minuscolo!”
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
4 / 25
A lui piacciono i libri.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
5 / 25
Mi ha guardato come se fossi pazzo.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
6 / 25
“Facciamo alla romana?”
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
7 / 25
Appoggia la borsa per terra.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
8 / 25
Visito i mercati per l’ispirazione.”
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
9 / 25
C’è altro da scoprire su Marco.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
10 / 25
“Ma va bene.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
11 / 25
Il mio appartamento è minuscolo.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
12 / 25
Poi va a sbattere contro una sedia!
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
13 / 25
Ride forte.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
14 / 25
Poi il telefono.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
15 / 25
“Buongiorno. È Giulia?” chiede.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
16 / 25
Scrivono sull’arte.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
17 / 25
Camminano verso la porta insieme.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
18 / 25
Cosa riporta?”
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
19 / 25
Lo zucchero si sparge ovunque.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
20 / 25
Ha ventotto anni.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
21 / 25
Picasso cena alle sei.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
22 / 25
Marco vuole sapere.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
23 / 25
Che cosa desidera?” chiede.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
24 / 25
“Abbiamo vino rosso e vino bianco,” dice il cameriere.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
25 / 25
Marco aspetta l’autobus.