Una bella giornata in palestra

(Een goede dag in de sportschool)

25 kaarten over
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
1 / 25
“Het is geweest een goede training,” _________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
2 / 25
__________ zich te voelen een beetje bezorgd.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
3 / 25
“Wat een goede training,” hij zegt __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
4 / 25
Ik wil _____ sporten vandaag,” zegt hij zachtjes.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
5 / 25
hij glimlacht wanneer hij herinnert zich __________ van Maria.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
6 / 25
_________ is Maria.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
7 / 25
hij ademt rustig en hij voelt het lichaam __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
8 / 25
Wanneer hij aankomt, hij parkeert de fiets __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
9 / 25
__________ om te gaan naar de sauna om te ontspannen.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
10 / 25
_____ gaat hij terug naar de kaartlezer en haalt hij de pas langs.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
11 / 25
_________ het is prettig op de huid.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
12 / 25
Andere mensen __________ in de sportschool.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
13 / 25
Na een uur, Tom hij eindigt __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
14 / 25
De sportschool Het is niet ver weg __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
15 / 25
“Ik voel me __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
16 / 25
_____ zij kijkt naar naar de computer en ze typt even.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
17 / 25
De sauna het is rustig ________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
18 / 25
Hij probeert het opnieuw, __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
19 / 25
hij denkt aan de dag en aan hoe kleine problemen zij kunnen ________ bij iedereen.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
20 / 25
Tom ______ in de war.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
21 / 25
Hij denkt _______ de ochtend het was begonnen met een probleem maar het eindigt goed.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
22 / 25
Hij heeft nodig van energie __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
23 / 25
__________ het gezicht met een handdoek en hij doet een diepe ademhaling.
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
24 / 25
Op het kleine scherm staat er __________
Luister en vul de ontbrekende woorden in Nederlands. in
25 / 25
Het is een goede dag voor Tom, en hij weet dat __________ goed vannacht.