8. Ce matin, je vais à l’hôpital pour un contrôle. Le médecin me parle d’une petite maladie, mais il dit : “ ce n’est pas grave ”. Il prend un peu de sang pour un test, et je respire lentement. Je regarde la petite piqûre et je reste calme. Dans l’hôpital, tout est propre et silencieux. Après, le médecin écrit une note claire : boire de l’eau, marcher, et revenir bientôt. Je garde cette note et je rentre.
Vanmorgen,
ik ga
naar het ziekenhuis
voor een controle.
de dokter
praat met mij
over een kleine ziekte,
maar hij zegt:
“Het is niet erg”.
Hij neemt
een beetje
bloed
voor een test,
en ik adem
langzaam.
Ik kijk
de kleine prik
en ik blijf
rustig.
In het ziekenhuis,
alles is
schoon
en stil.
Daarna,
de dokter
schrijft
een duidelijke notitie:
drinken
water,
lopen,
en terugkomen
binnenkort.
Ik bewaar
deze notitie
en ik ga naar huis.
Vanmorgen ga ik naar het ziekenhuis voor een controle. De dokter praat met mij over een kleine ziekte, maar hij zegt: “Het is niet erg.” Hij neemt een beetje bloed voor een test, en ik adem langzaam. Ik kijk naar de kleine prik en ik blijf rustig. In het ziekenhuis is alles schoon en stil. Daarna schrijft de dokter een duidelijke notitie: water drinken, lopen en binnenkort terugkomen. Ik bewaar deze notitie en ik ga naar huis.