Los sustantivos españoles más comunes – Lugares y viajes

(De meest voorkomende Spaanse zelfstandige naamwoorden – Plaatsen en reizen)

10 kaarten over
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
1 / 10
En el sur la playa es tranquila, y en el norte hay más ruido.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
2 / 10
En el bar del hotel pido agua y escucho música baja.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
3 / 10
La chica marca el papel y dice: “Tu vuelo sale a las ocho”.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
4 / 10
Otro día dejo el coche y tomo un tren.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
5 / 10
Hay una multitud de familias y muchos niños juegan.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
6 / 10
En el medio de la plaza del pueblo hay un árbol y niños.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
7 / 10
En el escenario toca una banda local.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
8 / 10
Más tarde vuelvo al coche, guardo todo en el interior y cierro.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
9 / 10
De noche voy a un club con un escenario pequeño.
Typ de betekenis van de gemarkeerde woorden in Nederlands.
10 / 10
El tren pasa por un pueblo pequeño y por un área de campos.
Globe-mascotte met een krant

Love For Languages Nieuwsbrief

Mis nooit meer een nieuw verhaal of blogbericht!

Meld je aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief en mis nooit meer de publicatie van een nieuw verhaal of blogbericht. Eén keer per maand sturen we je een nieuwsbrief vol taalleertips en een overzicht van alle verhalen en boekhoofdstukken die zijn gepubliceerd.

Bekijk eerdere nieuwsbrieven