1. Trabajo en una oficina pequeña de una empresa. Cada mañana reviso el dinero que entra al banco y preparo un informe simple. El jefe quiere un buen servicio para los clientes y un acuerdo claro con cada negocio. También uso un sistema interno para registrar pagos y llamadas. En mi mesa hay papeles, un ordenador y café. Hablo despacio y escribo nombres y fechas para no olvidar nada. Así el trabajo es más ordenado.
Ik werk
in een klein kantoor
van een bedrijf.
Elke ochtend
ik controleer
het geld
dat binnenkomt
op de bank
en ik maak
een eenvoudig rapport.
de baas
hij wil
een goede service
voor de klanten
en een duidelijke overeenkomst
met elk bedrijf.
Ook
ik gebruik
een intern systeem
om te registreren
betalingen en telefoontjes.
Op mijn bureau
er zijn
papieren,
een computer
en koffie.
Ik praat
langzaam
en ik schrijf
namen en datums
om niets te vergeten.
Zo
het werk
het is
meer geordend.
Ik werk in een klein kantoor van een bedrijf. Elke ochtend controleer ik het geld dat op de bank binnenkomt en maak ik een eenvoudig rapport. De baas wil goede service voor de klanten en een duidelijke overeenkomst met elk bedrijf. Ik gebruik ook een intern systeem om betalingen en telefoongesprekken te registreren. Op mijn bureau liggen papieren, een computer en koffie. Ik praat langzaam en schrijf namen en datums op om niets te vergeten. Zo is het werk meer geordend.