1. Tom es un hombre muy activo. Tiene cuarenta y cinco años y vive en una ciudad pequeña. Trabaja en una oficina durante la semana como gestor de proyectos. Le encanta moverse y hacer deporte en su tiempo libre. Sus pasatiempos favoritos son montar en bicicleta e ir al gimnasio. Le gusta sentirse fuerte y sano. Cada día intenta hacer algo activo.
Tom
hij is
een man
heel actief.
hij heeft
vijfenveertig
jaar
en hij woont
in een kleine stad.
hij werkt
op een kantoor
doordeweeks
als projectmanager.
hij is dol op
te bewegen
en sporten
in zijn vrije tijd.
Zijn favoriete hobby's
ze zijn
fietsen
en naar de sportschool gaan.
hij vindt het fijn
zich te voelen
sterk en gezond.
Elke dag
hij probeert
te doen
iets actiefs.
Tom is een heel actieve man. Hij is vijfenveertig jaar oud en hij woont in een kleine stad. Hij werkt doordeweeks op een kantoor als projectmanager. Hij is dol op bewegen en sporten in zijn vrije tijd. Zijn favoriete hobby's zijn fietsen en naar de sportschool gaan. Hij vindt het fijn om zich sterk en gezond te voelen. Elke dag probeert hij iets actiefs te doen.