1. Quando vado al mercato penso prima al cibo che mi serve per la settimana e poi scelgo anche una bevanda per la sera. Compro pane fresco e immagino già una cena semplice. Prendo frutta di stagione e un po’ di verdura, così posso mangiare leggero.
Als
ik ga
naar de markt
denk ik
eerst
aan het eten
dat
ik nodig heb
voor de week
en dan
kies ik
ook
een drankje
voor de avond.
Ik koop
brood
vers
en ik stel me voor
al
een eenvoudig diner.
Ik neem
fruit
van het seizoen
en een beetje
groente,
zodat
ik kan
licht eten.
Als ik naar de markt ga, denk ik eerst aan het eten dat ik nodig heb voor de week, en daarna kies ik ook een drankje voor de avond. Ik koop vers brood en ik stel me al een eenvoudig diner voor. Ik neem fruit van het seizoen en een beetje groente, zodat ik licht kan eten.