Io penso molto.
Tu pensi molto.
Lui pensa molto.
Noi pensiamo molto.
Voi pensate molto.
Loro pensano molto.
Ik
denk
veel.
Tu
Jij
denkt
veel.
Lui
Hij
denkt
veel.
Noi
Wij
denken
veel.
Voi
Jullie
denken
veel.
Loro
Zij
denken
veel.
Ik denk veel. Jij denkt veel. Hij denkt veel. Wij denken veel. Jullie denken veel. Zij denken veel.