1. In un tranquillo pomeriggio di domenica, due amici da tanto tempo, Marco ed Elena, sono seduti in un bar. Bevono un caffĂš e guardano i loro telefoni.
Op een rustige middag
op zondag,
twee vrienden
al heel lang,
Marco en Elena,
zij zijn
zittend
in een café.
zij drinken
een koffie
en zij kijken
naar hun telefoons.
Op een rustige zondagmiddag zitten twee vrienden die elkaar al lang kennen, Marco en Elena, in een café. Ze drinken koffie en kijken naar hun telefoons.