1. Le vin, au début, demandait aussi une compétence cruciale : le stockage. Pas de bouteilles en verre. Pas de réfrigération. Alors, les gens utilisaient des jarres en argile et bouchaient l’ouverture, pour protéger le liquide de l’air et pour que le vin ne tourne pas. En Géorgie, de grandes jarres en argile sont encore utilisées aujourd’hui. Certaines étaient enterrées dans le sol, ce qui aidait à garder une température plus stable — important pour une fermentation plus douce et moins de problèmes. Le récipient n’était pas seulement un récipient. C’était une technologie du vin, déjà.
De wijn,
in het begin,
hij vroeg
ook
een cruciale vaardigheid:
de opslag.
Geen
glazen flessen.
Geen
koeling.
Dus,
de mensen
zij gebruikten
potten van klei
en zij sloten
de opening,
om te beschermen
de vloeistof
van de lucht
en zodat
de wijn
hij wordt niet zuur.
In Georgië,
grote potten
van klei
ze worden
nog gebruikt
vandaag.
Sommige
ze waren
begraven
in de grond,
dat hielp
om te houden
een temperatuur
stabieler —
belangrijk
voor een gisting
zachter
en minder problemen.
De pot
hij was niet
alleen
een pot.
Het was
een technologie
van de wijn,
al.
In het begin had wijn ook een belangrijke vaardigheid nodig: opslag. Er waren geen glazen flessen en geen koeling. Daarom gebruikten mensen potten van klei en sloten ze de opening. Zo beschermen ze de vloeistof tegen lucht, zodat de wijn niet zuur wordt. In Georgië worden grote potten van klei vandaag nog gebruikt. Sommige waren in de grond begraven, en dat hielp om de temperatuur stabieler te houden. De pot was niet alleen een pot: het was al wijntechnologie.