1. La fermentation crée aussi de la chaleur. Si le vin devient trop chaud, la levure peut souffrir, les arômes peuvent disparaître, et le vin peut avoir un goût « cuit ». S’il fait trop froid, la fermentation peut ralentir — ou même s’arrêter. Voilà pourquoi la température est si importante. Beaucoup de vins blancs fermentent plus frais pour garder des arômes de fruits. Beaucoup de vins rouges fermentent plus chaud pour construire plus de couleur, de structure et de texture.
De gisting
maakt
ook
warmte.
Als de wijn
wordt
te warm,
de gist
kan
lijden,
de aroma’s
kunnen
verdwijnen,
en de wijn
kan
hebben
een smaak
“gekookt”.
Als het te koud is,
de gisting
kan
langzamer gaan —
of zelfs
stoppen.
Daarom
de temperatuur
is
zo belangrijk.
Veel witte wijnen
gisten
koeler
om te bewaren
aroma’s
van fruit.
Veel rode wijnen
gisten
warmer
om op te bouwen
meer kleur,
structuur
en textuur.
De gisting maakt ook warmte. Als de wijn te warm wordt, kan de gist lijden, kunnen aroma’s verdwijnen en kan de wijn een “gekookte” smaak hebben. Als het te koud is, kan de gisting langzamer gaan — of zelfs stoppen. Daarom is de temperatuur zo belangrijk. Veel witte wijnen gisten koeler om fruitaroma’s te bewaren. Veel rode wijnen gisten warmer om meer kleur, structuur en textuur op te bouwen.