1. En mi calle hay mucha gente. Un hombre habla con una mujer en la puerta del edificio. Él es padre y papá de un chico y de una chica. Ella es madre y mamá de un niño curioso. El bebé va en un carrito y mira las luces. La familia saluda a un amigo y a otra persona del barrio. El hermano cuida a la hermana, y al final todos van al parque sin prisa. Después vuelven a casa, comen pan y cuentan cómo fue el día.
In mijn straat
er zijn
veel mensen.
Een man
hij praat
met een vrouw
bij de deur
van het gebouw.
Hij is
vader en papa
van een jongen
en van een meisje.
Zij is
moeder en mama
van een nieuwsgierige jongen.
De baby
hij gaat
in een kinderwagen
en hij kijkt
de lichten.
De familie
zij groet
een vriend
en een andere persoon
uit de buurt.
De broer
hij zorgt voor
de zus,
en aan het einde
allemaal
zij gaan
naar het park
zonder haast.
Daarna
zij komen terug
naar huis,
zij eten
brood
en zij vertellen
hoe
het was
de dag.
In mijn straat zijn er veel mensen. Een man praat met een vrouw bij de deur van het gebouw. Hij is vader en papa van een jongen en van een meisje. Zij is moeder en mama van een nieuwsgierige jongen. De baby gaat in een kinderwagen en kijkt naar de lichten. De familie groet een vriend en nog iemand uit de buurt. De broer zorgt voor de zus, en aan het einde gaan ze allemaal zonder haast naar het park. Daarna komen ze terug naar huis, eten ze brood en vertellen ze hoe de dag was.